CSC Studie

Cross-Sequentiële Cohort Studie

In Nederland zijn diverse cohortstudies gestart maar geen van deze studies stelt de specifieke ontwikkeling van geestelijke en fysieke gezondheid van minderheden aan de orde. Toch is bekend dat juist in die groepen van de bevolking de gezondheidsproblematiek vergeleken met de autochtone bevolking groot is, en het beroep op gezondheids- en andere sociale voorzieningen omvangrijk, en dat interventies (steun, behandeling) vaak niet leiden tot het verwachte of gewenste resultaat.

Er is nijpend gebrek aan kennis over verloop van ziektes en gedragsstoornissen van kinderen en jeugdigen uit allochtone gezinnen. Vele interne en externe factoren dragen bij aan het risico voor problemen of ziekten, terwijl anderen bescherming kunnen bieden tegen verstorende invloeden. De bestudering van deze factoren kan waardevolle aanwijzingen bieden voor primaire en secundaire preventie, onder de voorwaarde dat de complexiteit van het menselijk organisme en zijn interactie met de omgeving in acht wordt genomen. Daarbij komt dat risicofactoren en beschermende factoren verschillende uitkomsten kunnen hebben in opeenvolgende levensstadia, en specifiek kunnen zijn voor de etnische status.

Doel

Deze ‘omnibus’ studie heeft als doel het thema van ontwikkeling van gezondheid en ziekte in een multi-etnische samenleving in een groot cohort te onderzoeken. Met de term omnibus wordt de mogelijkheid aangegeven om theorieën en metingen vanuit verschillende medische en gedragswetenschappelijke disciplines te integreren in het profileringsgebied Health, Prevention and the Human Life Cycle. De omnibus studie kiest niet een specifieke theorie of een bepaalde set van meetinstrumenten, maar creëert een onderzoeksdesign waarbinnen verschillende onderzoeksteams hun specifieke interesses kunnen passen.

Het idee is om het samenspel tussen risicofactoren en beschermende factoren (genetisch, omgeving) voor fysieke en geestelijke gezondheid te onderzoeken in verschillende etnische groepen (allochtone families van Marokkaanse en Turkse afkomst en autochtone families). Daarbij zal gebruik worden gemaakt van een cross-sequentieel design waarbinnen twee generaties vier cohorten acht jaar lang bestudeerd (totaal 8 cohorten). In de kindergeneratie start het eerste cohort prenataal (het baby-cohort). De volgende drie kindercohorten zijn: het kindcohort (start op 5 jaar), het vroege adolescentie-cohort (start op 10 jaar) en het late adolescentie-cohort (start op 15 jaar). In de oudergeneratie wordt voorlopig uitgegaan van een startleeftijd van 30 jaar (de precieze startleeftijd hangt af van de kindgeneratie). De metingen in de oudergeneratie worden analoog aan die van de kindgeneratie uitgevoerd. Aangrenzende cohorten zullen met drie jaar overlappen. Een overlap van drie jaar maakt het schatten van univariate en multivariate latente groeimodellen mogelijk. Dit zal het vervolgens mogelijk maken om verschillende ontwikkelingstrajecten in ieder cohort te modelleren.